

Door Lev Detrez
The best is yet to come
De wetenschap dicteert ons dat een kalenderjaar ongeveer 6 uur korter duurt dan het tropisch jaar, en dat we — om te voorkomen dat de seizoenen, die vast aan het tropisch jaar verbonden zijn, te veel in een jaar verschuiven — elke 4 jaar een correctie toepassen. Dat is bijna even merkwaardig als het schouwspel dat zich afgelopen zaterdag, januari, de 20ste in het jaar des heren 2024, ten huize Sorghvliedt voltrok. Een ongezien spektakel doorspekt met een vastberadenheid die u naar adem deed happen, die ge aanschouwde en vervolgens voelde tintelen tot in het warme, soms vochtige epicentrum van uw zijn. Ons bloed, rijk aan revanche, joeg zich door ons aderen, vurig aangewakkerd door een donkere herinnering uit de tijd dat het zweet onze poriën al stilzittend verliet. Verdoofd door vergiffenis, ontbrekend aan vergetelheid. Soms worden verslagen gevuld met woorden die steek houden. Niet hier, heer. Let maar op.
Laedere facile, mederi difficile
"Brengt uw tongen tot stilstand, gij onstuimige zielen!" sprak de waard met een stem vol ongeduld tot zijn gasten. Met een haast plechtig gebaar plaatste hij een lege bokaal tegen de aangedampte vensterruit, bracht zijn linkeroor nader en luisterde met de grootst mogelijke aandacht. "Luistert! En vreest. Ik hoor een zacht geween, een droefheid zo groot dat het zelfs de sterkste der mannen kan terneerdrukken." De lach van zijn gasten verstomde en bracht een stilte zo diep en doordringend alsof de tijd zelf tot stilstand was gekomen. De vochtige muren, doordrenkt van vervlogen verhalen en echo's van vroegere vreugde, verstomden als stille getuigen van een vergeten tijdperk. In de schaduwrijke hoeken fluisterden de angstige schimmen van het verleden, terwijl een eenzame kaarsvlam flikkerde als het laatste bastion van licht in een wereld verzwolgen door de sluier van tegenslag. Het was in deze herberg, wat onze tegenstander zijn thuishaven mocht noemen, in het diepe Westen van ons Vlaanderen, dat de achtergebleven volgelingen van de ongeslagen leider hun afgunst zouden wegdrinken. Het hoongelach dat sinds ons bezoek weergalmde in de hallen van het onrecht, zou vanaf heden zijn laatste adem uitblazen en verdwijnen in de annalen van de tijd.
Coniunctis viribus
Want zonder overdrijven — ge weet dat hoogmoed bij ons eerder uitzonderlijk aanwezig is — liep het nog niet bij naam genoemde Roeselare tegen een tot de tanden gewapende, onverschrokken kliek van kranige strijders uit de Scheldestad aan, standvastig en fier als eiken in de storm, klaar om de geschiedenis te keren, de tegenstand op te wachten en als een machtige golf te breken tegen de rotsen, niet langer onderdrukt door de schaduw van minachting, maar verheven in hun zelfzekere en onbetwistbare glorie, een lichtbaken van moed en onverzettelijkheid dat voor eeuwig — of toch minstens een week — de hemelen zal verlichten!
Constantia et labore
Er stond een ploeg, een onplooibare muur, zorgvuldig vervaardigd uit de juiste ingrediënten die een team groot maken: overtuiging, samenhorigheid, solidariteit, broederschap en lotsverbondenheid. Synoniemen die zich vrij vertalen in dubbele wissels, uitgepuurde looplijnen, korte- en lange passen, het glas tot de hemel heffen, en natuurlijk samen douchen. Als één onbreekbare eenheid, één ontembare kracht, voltrok zich een tsunami aan hardnekkige verbetenheid, waardoor het spel van de vijand in elkaar zakte, als een horde schepsels beladen met gedachten die ze niet alleen kunnen dragen. Hun weerwerk kwam te laat, als een gebed bij een verdronken kalf, als een bekentenis na het vellen van het vonnis, als een antwoord op een vraag die allang is vergeten…
Acta est fabula. En den Drei was gewonnen. Krak boem!
De toekomst is roos, als een dageraad die de nacht verdrijft met een veelbelovende gloed, als een zalm die onvermoeibaar tegen de stroom in zwemt, gedreven door hoop en volharding om de bron te bereiken. Volgende week een thuismatch op verplaatsing in het naburige geitendorp. Eitje nummer twee. Zonder pardon. Met opnieuw de bemoedigende woorden van de Heilige Patricius en de tactische oppuntstelling van Sint Davidus. Audendo magnus tegitur timor, maar wat weten die Romeinen er nu van?
The best is yet tot come, godverdomme. Biobest zelfs.
Ge leest het hier.