

Door Lev Detrez
Een dieseltje
Aanvankelijk begon dit stuk met een geschiedkundige knipoog naar de Brugse Metten, als een episch oproer van onverschrokken moed, een historisch spektakel dat zich afspeelt in het jaar des Heren, 2023, tegen een tot op heden ongeslagen krijgsmacht uit Brugge. Het werd wonderbaarlijk - haast Nobelprijs waardig - omschreven als een heroïsch tableau, waar de Hobokense trots hun geest van onoverwinnelijke met onwrikbare vastberadenheid toonden, en zij zich ten kastele Sorghvliedt verhieven als ware titanen tegen de West-Vlaamse overheersers, de blazoenen van Sasja HC hoog in de lucht houdend.
Helaas is de link met Schild en Vriend griezelig glad ijs waar nederige pennenvrienden zoals uw trouwe kroniekschrijver des weekends zich bewust niet aan verbrand. Aan zoveel vastberadenheid ontbreekt het deze ondergetekende — en zeker evenveel mandaat — om deze vertellingen in tijden van peilingen en aankomende verkiezingen een politiek beladen richting te geven, waardoor de dwang om binnen een waargebeurd keurslijf te blijven opgelegd wordt. Het is en blijft een onbetaalde hobby, die voornamelijk bestaat uit smijten met een bal, halsreikend uitkijkend naar de derde helft, al dan niet met omgekeerde peristaltische bewegingen tijdens de rust. Om maar te zeggen: deze veel te lange aanloop kondigt voor de tweede maal aan dat er deze week enkel feiten en waarheden het verslag van de zaterdagse veldslag gehaald hebben.
Allez dan.
Klokslag 17u — normaliter in menig Vlaams huishouden een gereserveerd moment waar het officiële startschot voor het aperitief wordt gegeven — werd andermaal een wedstrijd op gang geblazen die in staat was de rangschikking in Liga 3 voor goed te veranderen. Iets met een stok en een hoenderhok.
Een thuismatch voor de ploeg wiens ‘A’ geregeld synoniem staat voor arrogantie. Daar tegenover, een ploeg met een verre verplaatsing achter de kiezen, wiens stadsnaam twee letters bevat die in het plaatselijke dialect vervangen worden door de achtste letter van het oorspronkelijke alfabet. Oordelen doen we niet, gniffelen natuurlijk wel. Met grote G. Prachtig uitgesproken.
Nooit eerder was den Drei, ondanks het reeds uitvallen van verschillende kanjers, zo compleet en dat werd meteen duidelijk. Met vaste, zekere tred werd een verschil uitgebouwd waar menig trainer trots op zou zijn. Trots die op verbluffende wijze werd aangewakkerd, opgehitst en opgezweept tijdens de rust, met haast onnavolgbare filosofische input waar de heren Plato en Socrates nog steeds van onder de indruk zijn. De vrees dat deze uitnodigende reflectie op de term “balverlies”, gecombineerd met "voorsprong op de tegenstander" de spelers van de thuisploeg danig in de war zou sturen, kon al snel opgeborgen worden. Na een kort moment van bezinning over de aard van concurrentie, vooruitgang, menselijke waarden en het streven naar voldoening, zag iedereen al snel in dat, terwijl competitie een fundamenteel aspect van de menselijke natuur kan zijn, het belangrijk is om de ethische en sociale implicaties ervan te overwegen en te streven naar een balans tussen de groep, persoonlijk succes en het creëren van een rechtvaardig en empathisch speelveld.
Toch?
De tweede helft werd er van kant gewisseld, maar nooit van leider. Die positie was voorbehouden aan de knapste, de strafste, de schoonste, de scherpste… de ploeg die het beste met de bal kon smijten. Daar waar de vorige weekends nog in het teken stonden van gelijke kansen voor alle partijen, zal deze zaterdag de annalen ingaan als het begin van een nieuw hoofdstuk.
Den Drei is een diesel, beheerser van de logge tred, wiens hart klopt in de cadans van bedaarde beweging. In een wereld die zich haast, waar de razernij de snelheid van het dagelijkse ritme beheerst, staat deze trage diesel fier als een baken van rust en bedachtzaamheid te midden van de storm. Een storm die raast door Liga 3 en pas begin mei in het verre Oostende zal gaan liggen. En wie uiteindelijk aan het langste eind zal trekken? Daar moet je geen drei keer over nadenken. Wel nog even volhouden.
Krak. Boem.