

Door Lev Detrez
De kop is eraf
Met een stromende natuurkracht, breed kronkelend als de rivier die we achter ons lieten, en precies 12 dagen nadat de aarde aan een nieuwe reis rondom de zon begonnen was — een door de mensheid verzonnen telling die het excuus om vuurbollen de lucht in te schieten, onze uitbundige Bourgondische levensstijl uitvoerig te vieren en tot en met 31 januari uw vrienden, kennissen en collega's die we sinds het afronden van de vorige omwenteling nog niet tegen het lijf waren gelopen zonder schroom te trakteren op drie ongevraagde kussen — stond den Drei met een studentloze delegatie witte zolendragers aan de vooravond van wat een eerste overwinning van het jaar zou moeten worden. En terwijl op een overbrugbare zucht hiervandaan een volk met uitwissen bedreigd wordt, deden wij ons beklag over het ontbreken van kol aan een bal. Ieder zijn ongemak. Ge moogt niet vergelijken, er af en toe bij stilstaan wel.
Woorden als gulzig, gretig en met grandeur konden voor de openingsminuten niet gebruikt worden. Het was bijna als vanzelfsprekend dat we uiteindelijk aan het langste eind zouden trekken. Zoals wij tempo uit een wedstrijd kunnen halen, is weinigen gegeven. Zakt ge er mee in, dan zijt ge verloren. We trekken u mee naar de kille diepte en spugen u wat later kurkdroog weer uit met volgezogen longen gevuld met verlangen naar een overheersing die ge u niet meester maken kunt.
Het wedstrijdverloop vertoonde gelijkenissen met de koers van de beurs. Niet slecht in den beginne, maar ook nog niet fantastisch. Dan ging het aanvankelijk de goede richting uit, waarna alles kortstondig als een pudding in elkaar zakte. Nochtans was paniek onbestaande. Alsof het gevaar van de tegenstander onze koude kleren niet raakte, ondanks de ruststand in het voordeel van de thuisploeg. Die laatste hanteerde voor de gelegenheid de Engelse spraakkunst om afspraken te maken, sprak onderling een Nederlands met Leuvens dialect, en vloekte rijkelijk in het Frans. Zeker wanneer de scheidsrechter na verschillende gele, ook een carte rouge bovenhaalde en het nummer 7 nog voor het eindsignaal finaal de kleedkamer instuurde met een blue card. Benieuwd hoe dat verslag lezen zal.
De overwinning ging uiteindelijk probleemloos naar de bezoekers, die de winterstop nuttig besteed hadden met de uitbreiding van de kern. Niet enkel in aantal actieve spelers, ook in spiermassa, hoewel dat laatste zich niet bepaald eerlijk verdeeld heeft. Aanwijzen is overbodig, van verre zien zult ge het.
Het talrijk toegestroomde publiek — zwanger van verlangen om de overwinning van hun geliefkoosde ploeg mee naar huis te nemen — moest zelf de score bijhouden, omdat de sportschuur in Wilsele zijn naam niet gestolen had. Het was er koud en de vloer was hard. Ieder zijn ongemak, weet ge nog? Maar goed, Leuven valt nog mee. Weet ge nog, die keer in Roeselare? Daarover later meer.
Wie onder overwinningen wordt bedolven, verleert al snel de kunst van nederigheid en maakt kans de prijs die overmoedigheid met zich meebrengt aan het einde van de rit te moeten betalen. Daarvoor moeten wij ons hoeden. Want volgende week staat het eerste te pellen eitje op het menu. De West-Vlaamse ridders uit de Rodenbachstad dalen af tot downtown zesentwintig zestig. Daar zal een ongezien enthousiast legioen goedgemutste helden al knarsetandend klaarstaan om de sluwe onbeschaamde schelmen met een knoop in de maag, een krop in de keel en een schop tegen het zitvlak terug richting kust te dwingen.
Hoogmoed? Wij?
Gij weet, al dan niet ongelovige: het lot hebben we zelf in handen. De opkomst van een enthousiast publiek niet. Daar hebben we u voor nodig. Deze weinig subtiele uitnodiging verzoekt u om deze zaterdagnamiddag klokslag 16 uur uw broek te komen slijten in Sporthal Sorghvliedt, alwaar ge van op menig plek perfect de tijd én de score kunt volgen. Dat die steeds in het voordeel van Den Drei zal zijn, dat beloven kan ik u.
You do the talk, you do the walk, zouden de polyglotjes uit het Leuvense zeggen. Oep a bakkes zal ons antwoord luiden.
De kop is eraf. En vele volgen zullen er.