Handbalclub Roeselare - Sasja 3

COMPETITIE
Handbalclub Roeselare
22–23
Sasja logo
Sasja 3

Door Lev Detrez

23 seconden. 

Een twee en een drie. Het is eens wat anders dan een zes en een zeven. Verwijzing naar de actualiteit? Check. Generatie Alpha aangesproken? Zeker wel. Drieëntwintig seconden dus. Zoveel tijd stond er nog op de klok, die genadeloos aftelde. De stand? Een voorsprong van één punt voor de thuisploeg, die een laatste keer mocht aanvallen. Althans, dat dachten ze. En wij ook. Time-out. Aangevraagd door de West-Vlaamse coach die een uitgekiemd plan had: de wedstrijd uitzitten door rustig rond te spelen en de seconden af te tellen. Kinderspel. Fluitje van een cent. Easy, toch? Dat moet zelfs zonder kol lukken. Wel… Wat denkt ge zelf?

23 seconden op de klok.

De ploegen betreden opnieuw het veld. De time-out zit erop. De bezoekers hebben ogenschijnlijk een onmogelijke opdracht: twee keer scoren op 23 seconden. Eén relatief groot probleem: we staan te verdedigen. De andere hebben bal. Laatste strategische optie: dubbele press.

22 seconden

Roeselare begint rustig rond te spelen. Zonder haast. Op ‘t gemak. Hoe zou je zelf zijn.

21 seconden

De dubbele mandekking zorgt voor verwarring. Niet bij ons, maar wel bij hen. Toch is er geen paniek te ruiken bij de thuisploeg, de natte winden van de Antwerpse bezoekers daarentegen, die zijn aanwezig. Een hartslag of twee wordt overgeslagen bij coach en spelers. Aan beide kanten. Het is een voorbode op wat komen zal. Want dan gebeurt het.

20 seconden

Moeilijke pas bij de thuisploeg — dankzij de hoge dekking — en pijnlijk balverlies.

19 seconden

Of toch geen balverlies. Het is wat onduidelijk. Het woord gekul is op zijn plaats. Genadeloos tikt de tijd verder weg, richting eindsignaal.

18 seconden

Na wat geroefel en gefoefel is het toch den Drei die aan het langste einde trekt, de pas onderschept, en iemand lanceert richting kwaaie, thuisspelende doelman. Een coach scheldt langs de zijlijn. Drie keer raden welke…

17 seconden

Groot veld. We hebben dan wel de bal, maar we zijn nog niet aan de overkant.

16 seconden

Nog altijd niet aan de overkant. Een handbalveld is best groot, dat moogt ge niet onderschatten. ‘Komaan, Bartje, loop eens een beetje door’, hoort iedereen de coach denken. En brullen. Opnieuw: raad ne keer de welke…

15 seconden

Bartje zet aan. Stoot af. En hangt in de lucht. Ge moet weten dat hij vandaag al gemakkelijk 8 keer op de keeper heeft gegooid. Hopelijk is het nu anders.

14 seconden

Doelpunt. Binnen. Gelijke stand. Ge kunt u al inbeelden dat de coach van de thuisploeg zijn laatste donkere haren heeft omgeruild voor wat grijze. De frustratie loopt op. Er wordt gevloekt, er wordt ‘m genepen, en er wordt vooral aangespoord om kalm te blijven. Vooral langs de kant van de thuisploeg. Het nu nóg meer uit handen geven, dat zou gênant zijn. 

13 seconden

Wij zijn eigenlijk al content met dat ene punt. Drie keer op rij gelijk spelen, ge zou er een trofee voor moeten krijgen. Een groene, want écht plezant is dat niet.

12 seconden

De stand is gelijk. De langste van de bezoekers hoopt dat het niet meer per se nodig is om nog helemaal terug te lopen, we staan immers opnieuw in verdediging, en wat is de kans dat er iets misloopt.

11 seconden

Roeselare aan zet. De opdracht is simpel. Nog één goaltje binnenschieten en de buit is binnen. Ze hebben als leeuwen gevochten. Maar beseffen niet dat wij de jagers zijn.

10 seconden

Het aanvallende team speelt nog een keer rond. Aangezien er ene van ons is blijven hangen aan de overkant, ontstaat er een overtal situatie waar ze van kunnen profiteren.

9 seconden

Onze flank ligt open. Een gat om u tegen te zeggen. Een hat zoals zij het noemen. Hans open.

8 seconden

De hoekspeler die — het moet gezegd worden — ons al een paar keer stevig (maar sportief) pijn heeft gedaan krijgt een uitstekende open kans op de winning goal, de eeuwige roem, een standbeeld op de grote markt, een gigantische street-art mural op de muur van de Sint-Michielskerk, een koffiekoek die zijn naam draagt bij Bakkerij De Drie A's, een eretitel van de burgemeester, ... kortom: ons holleke gaat open en dicht.

7 seconden

Ook voor hen is het een grote zaal. Nog een meter of twee…

6 seconden

Oog in oog met onze — net terug gerepareerde — keeper. Die komt ver uit, en hoopt op de lob. Hoop doet leven, want hij-die-bijna-een-standbeeld-kreeg trapt in de val

5 seconden

De lob mislukt. Klemvast. Blik op de klok. Zweetparels druppelen op de bal die geen kol kan verdragen. Tijd om lang na te denken is er niet. Integendeel. Het instinct neemt over. En stinken doet het, want zowat alle aanwezigen blazen tegelijkertijd een stressprotje dat de sporthal doet daveren.

4 seconden

Diene lange van den Drei staat nog altijd aan de overkant. De kant van de thuisploeg. De verkeerde kant — tenzij ge den bal hebt. Onze keeper weet dat. Hij ziet dat. En de tijd… Blijft… Naarstig… Verder. Tikken.

3 seconden

De lange pas vertrekt. Eén lange, grote ingehouden adem in sporthal VMS te Roeselare. Een speld horen vallen, ge kunt het. Angstzweet mengt zich met zweetpollen. Opnieuw gaan hollekes open en dicht, zeker bij de coach van de thuisploeg, die nochtans een duidelijk plan had. En dat duidelijk gecommuniceerd had. Dachten wij…

2 seconden

De lange pas komt aan en wordt subliem aangepakt. Geen tijd om nog drie passen te doen. Geen tijd om na te denken. Geen tijd. Voor niets. Omdraaien, ogen dicht — misschien nog een héél snel schietgebedje — en dan, met alle mogelijke overtuiging, resterende kracht en ongeëvenaarde ervaring het leer voorbij de doelman krijgen. Had ik al gezegd dat de tijd genadeloos verder tikt? Doet ‘ie goed.

1 seconde (de aller-aller laatste)

Het leer vertrekt met een snelheid die geen genade kent. Een bal die in rust mooi rond is, wordt door de snelheid tot een ovaal geplooid. Ziet ge het? In slow motion? Ziet ge het gebeuren?

Wacht.

Even terug naar het begin. Hoe dit allemaal begon. Zo’n 60 minuten geleden. In een zaal die nare herinneringen oproept. Tegen een ploeg die ons vorige keer heeft klein gekregen. Waar onze favoriete sport zonder kol beoefend wordt. 

We waren niet zo slecht begonnen, stonden altijd voldoende punten voor, en controleerden de hele tijd. Bij de rust stonden we vier of vijf doelpunten voor. En toen kwam het moment waarop we aan elkaar uitlegden wat er best niet zou gebeuren: ‘we kunnen ze beter niet laten terugkomen’, ‘dan gaat het hier nog lastig worden’, ‘we mogen ons niet laten opnaaien’, ‘we moeten zien dat ze ons nu niet bijbenen, want gaat het hier nog een bitsig, stinkend einde worden’.

Ge kent dat.

Halverwege de tweede helft hebben ze ons bijgebeend. Het publiek smult van het gekul en getaffel van de dikke nekken van ‘t Stad. Wij van de boerse blijheid, al is het op dat moment nog met enige tegenzin, omdat we fameus op ons kloten aan het krijgen zijn. We horen supporters klanken produceren in de trant van ‘ip de tann’n bytn’, ‘we hon kerjoole vieër'n’ en ‘é djok geven, hasten!’ — geen flauw benul wat dat zeggen wil, wel goed beseffende dat het niet voor ons is.

Ge kent dat.

Vuistjes gaan in de lucht bij elk doelpunt van de thuisploeg. Bakken bier worden bijbesteld, koud gezet en zelfs al in half geopend om de overwinning — de tweede van hun seizoen — te vieren. Maar ja, toen moesten die beslissende 23 laatste seconden nog plaatsvinden. Weet ge nog?

Fast forward naar de laatste seconde.

Weet ge ‘t nog? Kleine recapp: we staan achter. Met één doelpunt. 23 seconden op de klok. Zij vallen aan, wij verdedigen. Kutpositie voor ons. Maar dan: balverlies, vochtverlies,... kortom: best veel verlies. Het tij keert. We maken gelijk.

En dan… ge wist al dat de lob mislukte, en dat de lange pas gelanceerd werd.

Nog 2 seconden

De lange pas komt aan en wordt subliem aangepakt. Geen tijd om nog drie passen te doen. Geen tijd om na te denken. Omdraaien, ogen dicht — misschien nog een héél snel schietgebedje — en met alle mogelijke overtuiging, resterende kracht en ongeëvenaarde ervaring het leer voorbij de doelman krijgen. Had ik al gezegd dat de tijd genadeloos verder tikte.

Nog 1 seconde (de aller-aller laatste)

Het leer vertrekt met een snelheid die geen genade kent. Een bal die in rust mooi rond is, wordt door de snelheid tot een ovaal geplooid. Zwaartekracht wordt gedwongen zich te herberekenen. De scheidsrechter zuigt een laatste dikke sliert zuurstof in zijn longen, wetende dat zijn moment om af te fluiten nadert.

Het schot: hard. Blind, maar hard. 

De doelman: kansloos. 

De doellijn: gepasseerd.

0 seconden

De scheidsrechter fluit zijn longen uit zijn borstkas. Met één hand in de lucht. Doelpunt voor den Drei. Ongeloof bij de coach van de thuisploeg, alle spelers en het ganse publiek.

Dat laatste fluitsignaal klonk nooit eerder zo… betoverend, bevrijdend, lekker en geil. Voor ons althans. Stelt ge dezelfde vraag aan de coach van de andere ploeg, dan hoort ge een ander verhaal. Zwanger van gedachten vol teleurstelling, zure nasmaak en pure afgunst. We voelen met hen mee. 

Of nee.

Toch niet.

Eindstand: 22 - 23. Erop en erover heet dat. 

Krak Boem.

We zingen. We vieren. Maarrrrr… we beseffen: dit had anders kunnen uitdraaien. Maar dat deed het niet. En de gedachte dat het eigenlijk ook een beetje beschamend was, vervaagde bij elk slok gerstenat.

De derde time was écht een makkie.

Tot in ‘t Stad, jongens. Waar de kol aan de bal zal kleven, en de kans om terug te komen en bij te benen even groot zal zijn als dat er één inwoner van het plaatsje Trulben in Duitsland wakker zal liggen van jullie vriendschap. Google dat laatste maar.

Krak. Boem.

Bezorgt iemand dit aan Roeselare om te factchecken?

PS: volgende keer mogelijk een verslag dat minder over de wedstrijd zelf zal gaan, want dit is een stuk tijdrovender dan wat ouderwets gezwets dat u massaal moet overtuigen om mijn debuutroman aan te schaffen. De uitnodiging voor het persmoment volgt nog. Het wordt een thriller, spannender dan de wedstrijd tegen Roeselare. Hoewel, misschien wel met evenveel plottwists. Dat telt ge zelf maar uit. Wel veel knappere antagonisten. 

Krak. Boem.